De kroket-les
Een voorbeeld van hoe Daniël Doorn denkt — en waarom hij nooit genoegen neemt met een ontwijkend antwoord.
Als kind heb je soms rare ingevingen. Een kroket behoor je te frituren — frituurvet was buiten bereik, maar een pannetje water niet. Wat zou er gebeuren als je een kroket kookt in plaats van bakt?
Een voorzichtige rondvraag leverde niets op.
“Dat hoort niet.” “Daar heb jij geen verstand van.” “Een aardappel kun je wel koken, maar een kroket niet.” Drie volwassenen, drie antwoorden — en geen van alle een antwoord op de vraag die eigenlijk gesteld was.
Er zat niets anders op: een pannetje water, drie kroketten, een half uurtje wachten. Het experiment gaf het antwoord dat niemand wilde geven. De nieuwsgierigheid was bevredigd — met een les erbij.
De les kwam pas jaren later terug.
Niet door een kroket, maar door een vraag van een student of zijn dochter. Sindsdien stimuleert Daniël zijn studenten om zo vaak mogelijk de W-vragen te stellen — wie, wat, waarom, waarmee, wanneer — en genoegen te nemen met een ontwijkend antwoord.
“Ik vroeg me iets af, niemand wist het antwoord, en ik heb het zelf gevonden — maar ik heb het nooit gedeeld. Ik nam aan dat het niemand zou interesseren. Die deur voelde al dichtgezet. Als iemand had toegegeven dat hij het niet wist, had ik het wel verteld. De dichte deur gaat namelijk twee kanten op dicht.”
Dit is precies wat je kunt verwachten van een lezing van Daniël Doorn: geen kant-en-klare antwoorden, wel de uitnodiging om zelf de vraag te blijven stellen.